Beleving

In het hoofdstuk Beleving leest u ervaringen van vrijwilligers en oude hospietjes. 

Plaats en tijd van samenkomst: de keuken in het hospice op zondag rond 17.00 uur. Het is happy hour. Aanwezig zijn twee oudere echtparen, waarvan de mannen ernstig ziek zijn. Samen met een dochter van één van hen met haar vriendin. En een gast, die de dag ervoor te horen heeft gekregen dat haar kanker waarvoor ze eerder drie zware chemokuren heeft gehad zo goed als weg is. Tevens zijn aanwezig twee vrijwilligers en één verpleegkundige. Er wordt een glaasje wijn gedronken, althans alleen door de gasten en hun gasten.

Twee jaar geleden ging ik met pensioen. Bij mijn afscheid wensten velen mij toch vooral leuke dingen te gaan doen en te gaan genieten. Mijn antwoord daarop was steeds, dat ik altijd genoten had van mijn werk op de rechtbank en alles wat daar mee te maken had gehad. Grappig, maar blijkbaar is het niet gebruikelijk om van je werk evenveel te genieten als van je vrije tijd.

Allereerst wil ik een korte uitleg geven van de woorden hechten en verbinden. Hechten is mentaal, materialistisch; je kunt het onvrij noemen. Of, angstig vasthouden; "in hechtenis nemen"! Verbinden vraagt om innerlijke ruimte, doe je met je hart. Innerlijk verenigen (Koenen).

Ze was 61 jaar en tobde al jaren met 'overgangsklachten'. Ze was al lang gescheiden en had twee kinderen. Ze had ook een zwaar gehandicapt zoontje gehad dat maar een paar jaar had geleefd. Haar arts adviseerde haar om de baarmoeder te laten verwijderen maar dat was voor haar onbespreekbaar. Op de een of andere manier leek die ingreep voor haar te zeer verbonden aan het verlies van haar zoontje.

Mijn naam is Tineke van der Nat en ik maak deel uit van de uitvaartgroep, die bestaat uit 14 vrijwilligers en verpleegkundigen. De uitvaartgroep, ongeveer 8 jaar geleden door Sonja, Tessa en Judy opgestart, stelt zich tot doel aanwezig te zijn bij het laatste afscheid van onze gasten.

Ze was altijd zelfstandig geweest. Vroeg zelden hulp. Dopte haar eigen boontjes al heel haar leven. Dat wil ze ook nu. Ze kan niet zo goed slikken en krijgt daarom alles gepureerd. Ik breng haar gepureerde soep in een tuitbeker. Ze wil beslist zelf drinken. Ze heeft geen hulp nodig, maar ze vindt het fijn als ik even bij haar blijf zitten. Wat ik vandaag gedaan heb, vraagt ze. Het gaat niet om mij, zeg ik, maar wat heeft zij gedaan? Ik heb bijna de hele dag geslapen en dat is heel saai. De tuitbeker valt half om en de handdoek eronder wordt vies. Ik mag niet helpen. Ze kan het echt zelf wel. Ze had toch gezegd dat ze niet geholpen wilde worden. Intussen gaat het gesprek verder. Ze heeft alle kracht nodig om de soep te drinken. Dan is het een tijdje stil en vraagt ze of ik haar wil helpen. Ik zie een traan in haar ogen.