Beleving

In het hoofdstuk Beleving leest u ervaringen van vrijwilligers en oude hospietjes. 

De betrokkenheid die de vele vrijwilligers en professionals tonen, de positieve reacties van de nabestaanden én de uitstekende zorg die het Hospice verleent, zijn redenen voor Jan Bakker om penningmeester te zijn voor de Stichting Vrienden Hospice Heuvelrug. "Je proeft de emotie, maar ook de dankbaarheid. Ik heb er een goed gevoel bij dat ik dit werk doe. Het is zinvol."

Ze was altijd zelfstandig geweest. Vroeg zelden hulp. Dopte haar eigen boontjes al heel haar leven. Dat wil ze ook nu. Ze kan niet zo goed slikken en krijgt daarom alles gepureerd. Ik breng haar gepureerde soep in een tuitbeker. Ze wil beslist zelf drinken. Ze heeft geen hulp nodig, maar ze vindt het fijn als ik even bij haar blijf zitten. Wat ik vandaag gedaan heb, vraagt ze. Het gaat niet om mij, zeg ik, maar wat heeft zij gedaan? Ik heb bijna de hele dag geslapen en dat is heel saai. De tuitbeker valt half om en de handdoek eronder wordt vies. Ik mag niet helpen. Ze kan het echt zelf wel. Ze had toch gezegd dat ze niet geholpen wilde worden. Intussen gaat het gesprek verder. Ze heeft alle kracht nodig om de soep te drinken. Dan is het een tijdje stil en vraagt ze of ik haar wil helpen. Ik zie een traan in haar ogen.
Een gast is overleden, midden in de nacht. Om de laatste zorg te geven is om 2 uur één van de vrijwilligers gebeld (van te voren afgesproken dat dat kon). Ze is meteen gegaan. Om 3.30 uur was ze weer thuis.’s Middags werd bij haar een mooie bos bloemen bezorgd als dank voor alle goede zorgen, vooral de laatste. 
Hij is neerlandicus. Er ontspint zich een gesprek over de woorden: leuk, aardig en gezellig. Hij vindt dat het woorden zijn waarmee je aan een buitenlander nauwelijks kunt uitleggen wat je er mee bedoelt. Eigenlijk haat hij die drie woorden. Ze zijn niet echt mooi. Op enig moment zegt hij: "Ik vind u leuk". Ik zeg: "Ik vind u aardig". En beiden schateren we het uit. 
Er komt een collega op bezoek bij één van onze gasten. Ze heeft kersen bij zich. Omdat deze gast niet zo goed zelf kan eten - zijn linker arm is verlamd - heeft ze alle voorzieningen getroffen om te voorkomen dat hij knoeit. Ze heeft meegenomen: een servet, een handdoek en een kersenontpitter. Dat moet op deze manier wel kunnen lukken. Ze komt na 10 minuten naar de keuken. Ze heeft een kersenvlek op haar prachtige vest. 
 Een vrouwelijke gast moet verzorgd worden. Ik doe dat samen met de verpleegkundige. Er is een voetbalwedstrijd. Mijnheer wil beslist naar de voetbalwedstrijd blijven kijken. Merkwaardige situatie. Mijnheer juicht bij elk doelpunt. Hij houdt ons uitgebreid op de hoogte. Eindstand is 3-2, maar dan zijn wij al lang weer klaar.