‘Het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent’.

Deze uitspraak van de 17e eeuwse Franse filosoof Blaise Pascal heb ik nogal eens paraat omdat deze zin uitdrukt wat menig vrijwilliger overkomt als haar of hem gevraagd wordt: ‘waarom dóe je dit werk, of: waarom kíes je hiervoor’? Dat je in eerste instantie niet direct de juiste woorden kunt vinden om je ‘drive’ voor dit werk goed kenbaar te maken. Als het om iets belangrijks gaat kies ik de weg ‘die mijn hart mij ingeeft’, en ik weet uit ervaring dat de wegen ‘des verstands’ mij niet altijd naar de juiste bestemming leiden...

 

Met in mijn rugzakje een schat aan levenservaringen, een werkterrein als (wijk) verpleegkundige en een opleiding als humanistisch geestelijk verzorger (zónder werkterrein) kwam ik 3 jaar geleden als 58 jarige binnen bij Hospice Heuvelrug. Met de opdracht aan mijzelf met deze mix ‘de juiste vorm te vinden’. Het eerste jaar vond ik niet gemakkelijk: met vallen en opstaan leerde ik hoe ik als vrijwilliger mijn verpleegkundige kwaliteiten kon inzetten zónder verpleegkundige te zijn. Ik hoef niet direct te doen: het gaat er om ‘er te zijn’.

 

Hoe geef ik inhoud aan dat ‘er zijn’ voor mensen? Mijn kijk hierop is in het eerste jaar veranderd: een meer theoretische ordening heeft een praktische invulling gevonden. Hierin volg ik vaak wat ‘mijn hart mij ingeeft’. Nu, na drie jaar ervaring als gastvrouw, koffieschenker, medemens met aandacht of als degene die ’s avonds op het goede moment de vermoeide voeten masseert: ik heb begrepen dat deze rollen even zovele mogelijkheden scheppen voor vormen van ‘er zijn’: oog en aandacht hebben voor wat déze mens in déze situatie nodig heeft.

 

Nu, na drie jaar meen ik ‘mijn vorm’ te hebben gevonden. Hoe ik dat weet? Ik leid het af aan de mate van voldoening die ik ervaar, elke keer dat ik terugkijk op ‘mijn’ dienst. Veel heb ik geleerd, veel heb ik gekregen: van allen waarmee ik mag werken, maar vooral van alle mensen voor wie ik er mocht ‘zijn’. Mensen die mij hun vertrouwen schonken, met wie ik me mocht verbinden: hun openheid, waarmee zij mij toelieten in het vertellen van hun levensverhaal, en in de intimiteit van hun naderend levenseinde. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de bijzondere contacten met hun dierbaren: ‘gewoon’ aan tafel achter een kopje capuccino. Waarom ben ik vrijwilliger geworden in Hospice Heuvelrug? Daarom!

Mariëtte den Bieman–Smithuis