Werken in hospice ‘Heuvelrug’ heeft iets speciaals; dit merk ik op bij mijzelf en ik hoor dit ook bij de andere medewerkers. Wat is dit speciale....... voor mij...?
Een poging...

 

Als een mens in de buurt van de dood komt vallen vaak de beschermende rollen weg waar je als mens in gehuld kunt zijn en misschien ook wel in verborgen was. Dat tevoorschijn komen van de naakte mens geeft vaak een extra intensiteit, ook voor mij als vrijwilliger. Kan en durf ik als mens nabij te blijven in deze intensiteit, de soms schrijnende strijd aan te zien, de blijdschap en diepe vreugde die er ook kan zijn en dan gewoon aanwezig te blijven als mede - mens in die momenten. Het confronteert mij met mijn wezen wat in mijzelf opgeborgen is en wat ook maar niet zomaar zichtbaar mag zijn.

 

Voor mijzelf ben ik ook altijd iets aan het leren om meer en meer de mens te worden, die ik ben. Ik doe mijn werk als maatje van de kok en tegelijkertijd ben ik innerlijk ook een nieuw veld aan het betreden. Bij voorbeeld me af stemmen op de verschillende kokkies en dan in mezelf ruimte maken om, afgestemd op degene met wie ik kook, mijn bijdrage te geven. Ik ben een controle freak en de dingen laten gebeuren is oefenterrein voor me. Elke kok doet het anders, doet het op zijn of haar manier en dat dan volgen... en invoegen. Tegelijkertijd de grenzen die ik heb respecteren, dus niet als een slaaf volgzaam zijn, maar vanuit kracht een welbewuste keuze maken. Een hele goede oefening voor mijn ziel, ik voel dat ik er meer mens van wordt.

 

De ruimte die ontstaat, doordat de medewerkers die ik tegenkom vanuit een open onderzoekende houding hun bijdrage geven, is balsem voor mijn ziel. Steeds maar weer doen waar je goed in bent en dat alleen maar herhalen, geeft mij een gevoel van doodsheid. Werken in een omgeving waarin het alleen maar gaat om het automatisch herhalen van waar je goed in bent, geeft mij een gevangenis gevoel, opgesloten in mijn en andermans competenties. Het vraagt een stevige grond in mezelf om in die open onderzoekende houding aanwezig te blijven. Dit grond is er, dat maakt dat ik bij confronterende situaties kan blijven kijken, vooral naar mezelf, zonder oordeel en in liefde. En dan wordt er iets zichtbaar in mezelf van ‘oude’ overlevingspatronen die diep in mij geworteld zijn en verbonden met doodsangsten. En dan te besluiten dit ‘oude’ los te laten en me te openen voor het nieuwe en tegelijkertijd aanwezig te blijven voor de gasten en hun familie en het werk te doenwaar ik verantwoordelijke voor ben. Zo word ik meer en meer de mens die ik in potentie ben en kan ik meer en meer medemens zijn voor de gasten en hun familie.

Dood gaan en meer gaan leven komen zo dichter bij elkaar.

 

Ik merk aan andere medewerkers dat zij ook zo hun innerlijke leerpunten hebben en geloof dat déze houding het werken in ‘ons’ hospice zo speciaal maak. Wij staan daar allemaal met een competentie, een vermogen, maar we zijn open om het volgende te leren. Deze open houding geeft een ruimte waarin ik me als mens erkend voel en daarmee krijt ook het medemenselijke voor onze gasten ruimte en dat maakt ‘ons’ hospice zo speciaal.

Agnes van Nierop

 

‘Een maat meer’ zegt Agnes. Hetzelfde wat anders gezegd: in het geven zit het ontvangen! Het inkijkje dat Agnes ons gunt werpt een mooi licht op hoe het kan zijn om met z’n tweeën, maatje en kokkie, te koken voor onze gasten en hun naasten. Ineens zie en voel ik hoe mooi het is dat we samen koken in ons Hospice en ben ik diep dankbaar voor iets dat acht en een half jaar geleden als vanzelf is ontstaan En nu zelfs lijk uit te groeien tot koken op alles weekdagen!

Jannie ter Voort