Toen mijn dienst begon vertelde mijn collega dat er de vorige dag een oude meneer bij ons was opgenomen die erg ziek was. Toen ik hem zag dacht ik dat hij snel zou gaan sterven en belde vlug de familie om te vragen of ze wilden komen. Zijn dochter en zijn zoon met drie mooie meiden kwamen direct. Ik schat dat de kleindochters 16, 14 en 11 jaar waren.

 

Ik vroeg of er nog meer mensen moesten komen. De schoonzoon was onderweg en de moeder van de meiden was er niet. Die woonde na de scheiding ergens anders. Ik zag de pijn op hun gezichtjes. Toen oma overleed had hun vader beloofd om voor opa te zorgen. Dat hadden ze gedaan, opa was bij hen in huis komen wonen. Zodoende hadden de meiden een heel hechte band met opa. Hij was er altijd als hun vader moest werken. Hij maakte altijd soep met broodjes als ze tussen de middag thuis kwamen eten. Hij was altijd tevreden en als hij niet ging vissen dan zat hij op een bankje voor het huis naar de schepen te kijken die voorbij voeren. De laatste tijd was hij wel ziek, toen hadden de meiden meer voor hem gezorgd dan hij voor hen. "Ik heb hem ook wel eens een schone broek aangedaan" vertrouwde een van de meisjes mij fluisterend toe.

 

Opa was inmiddels echt aan het sterven. De meisjes keken ernstig maar waren rustig. Er was geen sprake van dat ze de kamer uit zouden gaan. Ik ging wel, omdat ik sterven een intiem moment vind wat speciaal voor de familie is, waar ik helemaal niet bij hoef te zijn. Maar bijna direct ging de bel. Zijn dochter was angstig omdat het steeds net leek of opa gestorven was maar dan kwam er toch weer een snik. Bij elke snik huiverde ze van schrik. De meisjes keken een beetje verbaasd naar hun tante.

 

Toen hij overleden was huilden ze zachtjes. Ze vertelden dat opa de vorige dag niet meer kon praten en steeds naar hen lag te zwaaien. Dat hadden ze zo gek gevonden maar nu begrepen ze ineens wat hij aan het doen was. Hij had afscheid genomen.

 

Hun vader moest naar huis om kleren voor opa te halen. Zij bleven. Ze zaten wat bij hem en ik moedigde hen aan om hem aan te raken. Toen ik hem ging wassen dachten ze dat ze weg moesten maar ik vroeg of ze me wilden helpen. Tante zei dat ze dat beter niet konden doen omdat ze ervan zouden gaan dromen. Ze maakten er geen woorden aan vuil en bleven.

 

Eerst was het wat onwennig en twee kregen zelfs even een beetje ruzie wie zijn gezicht mocht wassen. "De een wassen, de ander drogen" zei ik. Ze wasten zijn haar en zijn bovenlichaam en ik pakte een flesje olie waar ze hem lekker mee in konden smeren. Ik waste zijn onderlichaam terwijl zij een beetje kletsten en de andere kant op keken. Met zijn gewone kleren aan leek het net of hij er genoeglijk bij lag. De meiden durfden hem nu ook goed aan te raken en waren druk in de weer.

 

Tijdens de uitvaartpechtigheid werd er gezegd dat de familie heel blij was dat opa in het hospice was geweest, ook alwas het maar voor één dag.

 

De dag na de begrafenis gingen de kleindochters met hun vader naar Griekenland. Die reis was al lang geleden geboekt en ze hadden er veel zin in.

Die opa toch.